Culemborg, 7 mei 1945
Louis de Beer, eigenaar van een zaak in bedden, dekens, manufacturen en naaimachines op Markt 23 in Culemborg, was tevens koster van de plaatselijke synagoge. Uit voorzorg gaf hij tijdens de bezetting een aantal Joodse religieuze objecten van hem zelf en de sjoel in bewaring aan de Oudheidkamer van de stad, zoals de mezoeza – een tekstkokertje dat volgens Joods gebruik op de deurpost wordt aangebracht – een gebedsriem, een zogenoemde esterrol en een tora mantel. Toen de deportaties begonnen ,dook hij onder in een boerderij in de omgeving van de stad
Tijdens de bevrijding van Culemborg keert Louis de Beer op de fiets terug in zijn woonplaats, waar hij bij zijn woning door bekenden wordt verwelkomd. Zijn bezittingen bleken veilig te zijn ondergebracht. Maar van de eens zo bloeiende Joodse gemeente in Culemborg was vrijwel niets over. In 1947 is de synagoge van Culemborg opgeheven.